Ontstaansgeschiedenis

De ontstaansgeschiedenis van woonproject Vernieuwend Wonen Zutphen (VWZ)

De beginfase

Hoe is dit woonproject, dat nu de Groene Marke heet, tot stand gekomen? Dat vraagt eigenlijk naar hoe de vlam in de pan kwam, hoe de spirit is ontstaan om als burgers zo’n ingewikkeld iets aan te gaan als een woonproject.

Een eerste aanzet lag bij een werkgroep Vernieuwend Wonen Zutphen. Die bestond vanaf 1980 en organiseerde in 1989/1990 een bijeenkomst met het antroposofisch architecten collectief ORTA in Warnsveld. Daar kwamen 40 mensen op af! Er ontstond een vastberaden gevoel: we gaan een stap zetten.

Vervolgens werd onderzocht hoe de gemeente aankeek tegen een door particulieren op te zetten woonproject met milieudoelen en vormgeven van de eigen leefomgeving. Tot onze verrassing was er bij de betreffende wethouder enthousiasme en zegde hij alle medewerking toe. Dat kwam er op neer dat we in een nieuw te ontwikkelen woonwijk in Leesten konden gaan meedoen. De gemeente was bereid een stuk grond in Leesten ter beschikking te stellen.

Oprichting bewonersvereniging

En al gauw, in mei 1991, waren we bij de notaris om een vereniging op te richten. Drie gezinnen stonden aan de basis daarvan. Michel van Baaren werd penningmeester, Maarten Spaargaren secretaris en Leo van der Gugten voorzitter. De vereniging “Coöperatieve bewonersvereniging Vernieuwend Wonen Zutphen U.A.”, kortweg VWZ, was geboren!

En vanaf die tijd werd het: zwaan kleef aan. Advertenties plaatsen, o.a. in bladen als Vruchtbare Aarde, Jonas, dus vooral in de alternatieve hoek waar het een landelijke oriëntatie betrof. Informatiebijeenkomsten, voorlichting, interviews. Vervolgens gesprekken met kandidaat bewoners die lid wilden worden van VWZ, niet als ballotage maar als een open uitwisseling met als uitgangspunt vrije keuze. Het was een komen en gaan.

In die tijd ontstond ook de VWZ-Nieuwsbrief, voorloper van Mien Naober, tot op de dag van vandaag het regelmatig verschijnende ledenblad van de bewoners. Béa Wahlen, betrokkene van het eerste uur, o.a. als bestuurslid, was de drijvende kracht achter het blad, als redactielid en vooral als illustrator. Haar humorvolle tekeningen over het wel en wee in de bewonersgemeenschap zijn bewaard. En zijn soms nog steeds actueel.

Eerste opgave was om een geschikte architect te vinden. Leidend daarbij waren een paar belangrijke overwegingen zoals: affiniteit met milieuvriendelijk bouwen, houtskeletbouw, leemgebruik e.d. en vooral dichtbij wonend en de gemeentelijke situatie kennend. Het werd Willem Grotenbreg uit Zutphen. Zijn idee van ontwerpen was gestoeld op het meanderende principe (waarbij de huizen een afwisselende nokhoogte hebben).

Unieke samenwerking Hanzewonen

Een volgende stap was, om de toenmalige woningstichting Hanzewonen (nu Woonbedrijf ieder1) mee te krijgen. Ten eerste omdat we ook huurwoningen wilden realiseren en ten tweede om te kijken of deze bereid zou zijn om de financiering op zich te nemen. Wij spraken met de directeur van Hanzewonen, Henk Kwint en vanaf het allereerste gesprek was er ontvankelijkheid en een soort gebundelde kracht. Ook de woningstichting had een belang. Zij wilden richting koopsector gaan bewegen en zagen kans middels dit project ervaring op te doen.

De bewonersvereniging droeg de planvorming aan, verzorgde de aanbreng van nieuwe leden/bewoners en de PR. De woningstichting nam verantwoordelijkheid voor de geplande huurwoningen, deed de financiële administratie en droeg het financiële risico van het woonproject.  Zo ontstond een unieke vorm van samenwerking en gedeeld opdrachtgeverschap.

Een volgende opgave was om een geschikte aannemer te vinden. In nauwe samenwerking met de woningstichting werd een brede aanbesteding gedaan met een profiel dat aansloot bij onze doelstelling, bij de woningstichting en de architect. Uit een tiental aannemers werd tenslotte de firma Kingma Bouw uit Lelystad uitgekozen. Een ander ingewikkeld proces was om voldoende voorlopige koopcontracten te krijgen, rond 75% van het aantal koopwoningen, waardoor de woningstichting voldoende vertrouwen kreeg om groen licht voor de start van de bouw te geven.

Belangrijk moment in de ontwikkeling van het woonproject was dat Lida Henning-de Koning in 1993 de coördinatie op zich nam en de spil werd in de communicatie tussen de diverse partijen. Dat was hard nodig want het waren ingewikkelde processen tussen gemeente, architect, woningstichting, VWZ en aannemer Kingma Bouw.

Ecologisch

Door een zogenaamd Meerwaardenfonds, gefinancierd vanuit een percentage van alle koopsommen, konden diverse milieu- en sociale meerwaarden, zowel voor de koop- als huurwoningen worden gerealiseerd.

Voorjaar 1995 is begonnen met de bouw van de 50 houtskeletbouw woningen. In het najaar 1996 werden de laatste huizen opgeleverd. Bij de bouw werd gebruik gemaakt van toen bekende ecologisch verantwoorde materialen. Elders worden die genoemd. Apart vermeldenswaard is de regenwaterinstallatie voor alle woningen. Regenwater wordt opgevangen voor gebruik in de toiletten en de tuin. Ontwerper ervan is Herman Voerman. In zijn eigen tuin en woning in Warnsveld bouwde hij een demo installatie, die hij perfectioneerde. Er is dankbaar gebruik gemaakt van zijn enthousiasme, kennis en doorzettingsvermogen. Het is door hem dat onze toiletten in principe met regenwater doorgespoeld worden.

De Groene Marke

Na de realisatie van ons woonproject waren er zoveel belangstellenden op de wachtlijst dat het nog wel eens jaren en jaren zou kunnen duren eer iemand een woning hier zou kunnen vinden. Wij hebben hen geadviseerd een tweede woonproject te beginnen. Eind 1997 is begonnen met een project in Leesten-Oost, de huidige Woonderij Eos.

In 2003 wilden we een gezelliger naam voor ons woonproject. Het werd de Groene Marke. Een Marke is een oud Oost-Nederlandse naam voor een stuk grond waar boeren en bewoners gezamenlijk gebruik van maakten, in saamhorigheid. En Groen, omdat we in de stenen nieuwbouwwijk in de wijk Leesten een groene oase willen zijn.